zo gelukkig en blij

Bij God is geen dood
Ik was een meisje van zes jaar en werd voor het eerst geconfronteerd met het heengaan van een hele lieve tante. Guda heette ze en was een zus van mijn vader. In de jaren 20-35 heerste er veel tbc, waar zij dan ook het slachtoffer van was. Doordat zij een heel lief karakter had en wij vaak bij haar waren, misten we haar en ik had veel verdriet.
Op een nacht, wel 1 jaar nadat zij overleden was, kwam zij bij mijn bedje om te zeggen dat zij zo gelukkig en blij was. Zij had geen pijn meer en ze zei dat ik niet meer zo moest huilen. Ik wilde haar gezicht pakken, maar dat was er niet en ik werd zo bang dat ik begon te gillen. Mijn vader tilde me uit mijn bedje en ik sliep die nacht tussen mijn ouders. En nadien weet ik zeker, dat er bij God geen dood is.
Aan die ziekte zijn nog 4 tantes en 2 ooms gestorven. Wij mochten altijd naar ze toe van mijn ouders. Onze ouders geloofden altijd aan de macht van God. Dat zei onze moeder ook tegen de dokter van het consultatiebureau, waar wij onderzocht moesten worden vanwege eventuele besmetting. Maar onze ouders lieten ons daar niet naar toe gaan. (Mevr. BWS)
www.levenswegen.nl