Over Mirjam Woltman

Ronny Abram: “Buitengewoon getalenteerd.”

Tony van de Vorst: “Je bent een echte beeldhouwer!”

Arthur Kempenaar: “Prachtige kunstenaar…”

“Overtuigend en sterk van vorm.

Helder en van een eigen poëtische beeldtaal.

De werkwijze en openheid in benadering levert veel op

aan beeldende zeggingskracht en verbeelding.”

Selma Trapman (beeldend kunstenaar)

Ronny Abram (beeldend kunstenaar)

Henriëtte van ‘t Hoog (beeldend kunstenaar)

Nan Hoover (beeldend kunstenaar)

Cees van Gelder (galeriehouder)

Simon den Hartog (voorzitter CvB Gerrit Rietveld Academie)

Evert van Uitert over het werk van Mirjam Woltman tijdens de expositie in de oude kerk van Oosthuizen door de Culturele Commissie Zeevang.

Een bezoek aan de eindexamententoonstelling van de Rietveldacademie maakte mij duidelijk wat daar niet wenselijk werd geacht. Je mag werk maken dat spannend, origineel, authentiek, naïef, primitief, verrassend (dat vooral), fantastisch, eventueel gruwelijk, burlesk of grotesk, ironisch, subliem, interessant of integer is. Dat mag allemaal, maar mooi mag niet. Dat is de anti-norm.

Gelukkig trekken sommigen zich daar weinig van aan en maken toch mooie dingen en dingen die mooi gemaakt zijn. Daarmee stellen zij zich dan anti-academisch op en dat is nu juist weer heel goed, want modern….

De beelden van Mirjam Woltman hebben wat mij betreft een krachtige waarschijnlijkheid en een grote overtuigingskracht. Haar werk is figuratief zonder figuratieve details, dus ook abstract. Het is nu niet direct intiem en open, maar eerder wat gesloten en in zichzelf gekeerd.

“In mijn werk, net als mijn leven (daar is de overbrugging van de romantische gespletenheid) is zowel gevangenschap als vrijheid het onderwerp” schrijft ze.

En over schoonheid deelt zij op bijna verontschuldigende toon mee – maar u weet nu dat dat de schuld van het anti-academisme is zoals het ook op de Rietveldacademie wordt uitgedragen – “Ik zou graag schoonheid, plezier en gemoedsrust willen brengen”.

Opvallend is dat hier sprak is van zeer ernstige bedoelingen en hoge intenties die nog niet zijn bedorven door een langdurig verblijf in de kunstwereld.

Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Geesteswetenschappen, Afdeling Kunst- en Cultuurwetenschappen, 1996

Evert van Uitert; tekst ter ondersteuning:

“Mirjam Woltman (1967) is na haar afstuderen in 1996 vijf jaar als beeldend kunstenaar aan het werk. Lang genoeg om zicht te krijgen op haar kunst en haar drijfveren, kortom op haar kunstenaarschap. Dat overtuigt mij. Haar werk is concies en gemaakt vanuit een geheel eigen gevoel voor ruimte, materialen, kleur en licht. Aan de basis ligt haar aandacht voor houding en plaatsing in de ruimte. Niet voor niets gaat haar aandacht uit naar de dans. Zelf zegt ze beïnvloed te zijn door de streek waar ze opgroeide, het vlakke polderland waarin iedere boom, paal, reiger, kerktoren een ruimtelijke belevenis is. Ze wil dat haar werken voor anderen goed gezelschap zijn.

Dat is weer eens wat anders dan het verlangen mensen brutaal te confronteren met eigen en andermans zielenleed. In de kunsttheorie van de klassieke Oudheid en de Renaissance sprak men van delectare, wat zoveel wil zeggen als bekoren, genoegen doen, verblijden, vermaken. Mirjam Woltman doet dat op een meestal ingetogen wijze die vaak iets melancholieks heeft. Ze wil, naar eigen zeggen, een vorm van verheven, tijdloze schoonheid brengen los van maatschappelijke wantoestanden, agressie en dagelijkse waanzin. Het is een eerbiedwaardig ideaal ook al lijkt het wat buiten de tijd te staan. Dat laatste is waarschijnlijk de kracht ervan.

Voor Lucebert en zijn generatiegenoten had schoonheid haar gezicht verbrand, maar voor de generatie waartoe Mirjam Woltman behoort, is de Tweede wereldoorlog lang geleden en zijn oorlogsverschrikkingen vreemd en tamelijk ver weg ondanks hun aanwezigheid in kranten en op radio en televisie. Dat versterkt een gevoel van machteloosheid waartegen Mirjam Woltman zich beeldend teweer stelt door ons een geheel eigen gelukkiger wereld aan te bieden.

Haar werk verleidt ons zonder zich op te dringen door een heldere vormgeving. Toch zijn haar beelden (in alle betekenissen van dat woord) niet eenvoudig te duiden. De combinaties die zij maakt in vorm, materiaal en kleur zijn vaak enigmatisch. Dat hebben ze gemeen met de beelden van veel symbolisten en surrealisten. Er worden, naar het lijkt, zonder veel stemverheffing intrigerende geheimen geopenbaard. Zo gezegd exploreert Mirjam Woltman twee bronnen die te vangen zijn onder de trefwoorden plaatsing en houding in de ruimte. Het klassieke uitgangspunt daarvoor vormt het modeltekenen. Niet van het stilstaand model, maar van een bewegend, dansend lichaam.

Door gelaatstrekken en houdingen worden hartstochten uitgedrukt. Die lichaamstaal vormt, ook voor werken die ogenschijnlijk niets met de menselijke figuur van doen hebben, het uitgangspunt. In die zin is haar werk in de traditie verankerd terwijl Mirjam tegelijkertijd met succes nieuwe wegen verkent, alleen en in een vruchtbare samenwerking met andere kunstenaars. Zij voegt nieuwe elementen toe aan de beeldtaal door videobeelden en al dan niet bewegende lichtbronnen te gebruiken waardoor schaduwbeelden ontstaan die, zowel in beeldende als psychologische zin, een extra dimensie geven. Het ligt voor de hand dat zij ook bewegende sculpturen heeft gemaakt. De effecten zijn op een ingehouden manier theatraal. De kennelijke beheersing komt ook tot uiting in het zorgvuldige materiaalgebruik en de uitvoering van de werken.

In haar ruimtelijke werken wordt de spanning eerder opgeroepen door schaal en maatvoering dan door uiterlijk vertoon in heftige, ongecontroleerde bewegingen.   Haar kleinere ceramische plateaus met daarop enkele verticale vormen, zijn minder dansant. Zij houden de aandacht gevangen door de uitgewogen plaatsing, de fraaie materiaalbehandeling en de raadselachtige combinaties van abstracte en figuratieve elementen. Ze overtuigen door de innerlijke noodzaak waaruit ze voortkomen om een term van Goethe te gebruiken.

Zo en niet anders zegt Mirjam Woltman zonder opdringerigheid. Haar werken van bescheiden afmetingen verleiden door vorm en kleur zonder het geheim van de toevallige samenkomst van vormen prijs te geven. Voor Mirjam Woltman moet kunst zich ‘langszij het leven’ bevinden. De moeilijke opgave is kunst te maken die op en voor zichzelf kan bestaan. Dat vereist een grote en ernstige inspanning en bovendien een grote integriteit van de kunstenaar. Naar mijn mening levert Mirjam Woltman die inspanning en ik hoop dat zij in staat zal zijn haar eigen wereld uit te bouwen en zonder concessies te doen in stand te houden.

Tot ons aller geluk om het eens plechtig, maar niet ironisch, te zeggen. 4 mei 2001

“In al haar beelden verbeeld zij de zoektocht naar de voltooiing van haar individualiteit als vrouw…

In de studies naar de natuur geeft zij op heel authentieke wijze haar blik op het menselijk lichaam vorm… wat is er überhaupt aanstootgevend aan een lichaam zoals wij allen er een hebben.”

Bij de opening van de tentoonstelling Menselijke Figuren 1997, Ronny Abram

www.levenswegen.nl